Davutoğlu’s overgangskabinet: Niets is zo permanent als tijdelijk

31 augustus - Op 28 augustus jl. heeft minister-president Davutoğlu zijn nieuwe interim-kabinet gepresenteerd. Nadat de deadline voor het formeren van een nieuwe kabinet op 23 augustus verliep, kreeg Davutoğlu de opdracht een kabinet te vormen dat Turkije dient te besturen totdat nieuwe verkiezingen, gepland voor 1 november 2015, de politieke kaarten opnieuw zullen schudden.

Binnen het nieuwe interim-kabinet zijn twee politieke partijen vertegenwoordigd, te weten AKP en HDP. Samen met de dissidente MHP-politicus Tuğrul Türkeş vullen zij zeventien plekken op; de overige negen posities worden opgevuld door personen die voorheen geen onderdeel uitmaakten van het parlement. Het meest opvallende aan deze kabinetsformatie is waarschijnlijk de afwezigheid van afgevaardigden van de grootste oppositiepartij CHP, die vijf kabinetszetels in het vooruitzicht had.
                Grondwettelijk gezien zou een overgangskabinet gevormd moeten worden gelijk aan de verdeling van de zetels in het parlement. Alle oppositiepartijen, afgezien van de HDP, weigerden echter om deel te nemen. Partijleider Kılıҫdaroğlu liet weten dat hij met zijn partij niet meedoet met deze constructie. Als reden hiervoor gaf hij dat hem niet het mandaat werd gegund om zelf een kabinetsformatie te starten, na de mislukte poging van Davutoğlu. In een interview met de krant Cumhuriyet stelt Kılıҫdaroğlu dat dit overgangskabinet ‘in dienst staat van president Erdoğan en niet onpartijdig is, zoals dat eigenlijk zou moeten zijn. In krachtigere bewoordingen zegt hij dat ´het uitgesloten is dat dit kabinet het land zal gaan dienen. Dit is de realiteit´.          

Davutoğlu’s eigen AKP levert veertien ministers en blijft vanzelfsprekend de grootste fractie binnen het kabinet. In order van grootte komt vervolgens de HDP, die twee ministers levert. Ali Haydar Konca wordt hierbij minister van EU-zaken en tevens hoofdonderhandelaar, terwijl Müslüm Doğan tijdelijk de hoogste positie binnen het ministerie van Ontwikkeling zal gaan bekleden. Selahattin Demirtaş, één van de leiders van de HDP, liet als reactie op de bekendmaking van dit overgangskabinet optekenen dat ´zij zijn aangesteld om te voorkomen dat de AKP eigenhandig besluit om oorlog te voeren en eveneens om te voorkomen dat de AKP overheidsmiddelen zal gebruiken voor hun eigen verkiezingsdoeleinden´. Tuğrul Türkeş, MHP-politicus, neemt op eigen initiatief deel aan het kabinet en wordt één van de vier vice-premiers. Door het accepteren van deze positie gaat Türkeş, zoon van oprichter van de MHP Alparslan Türkeş, in tegen het standpunt van zijn partij, die officieel niemand afvaardigt voor dit overgangskabinet.
                Er zijn ook opvallende namen te noemen onder diegenen die van buiten het parlement zijn benoemd. Zo wordt Mevlüt Ҫavuşoğlu vervangen door Feridun Sinirlioğlu als minister van Buitenlandse Zaken. Siniroğlu is geen onbekende in dat veld, gezien het feit dat hij al sinds begin jaren tachtig werkzaam is geweest als diplomaat, onder meer op ambassades in Den Haag, Beirut en Tel Aviv en eveneens als hoge ambtenaar binnen het betreffende ministerie. Voormalig politiechef Selami Altınok, door de oppositie onder vuur genomen vanwege het optreden van de politie tijdens de rellen in Istanbul, wordt de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken.

Hoewel Davutoğlu het terecht heeft gepresenteerd als een overgangskabinet, is het maar de vraag hoe lang deze overgangsperiode zal duren. Immers, de verkiezingen van 1 november aanstaande bieden geen garantie tot een nieuwe coalitie, zoals is gebleken tijdens de vorige verkiezingen. In de tussentijd zal dit overgangskabinet de scepter zwaaien, waardoor het mogelijk wordt dat ‘tijdelijk’ langzaam zal worden opgerekt in de richting van ‘langdurig’.