Journaliste Fréderike Geerdink Turkije uitgezet: verblijfsvergunning ingetrokken

10 september – De Nederlandse journaliste Fréderike Geerdink heeft Turkije gedwongen moeten verlaten. Geerdink werd afgelopen week opgepakt in het zuidoosten van Turkije, nabij Yüksekova, als onderdeel van een grotere groep mensen die zichzelf als een ‘human shield-group’ (“canlı kalkan grubu”) had geprofileerd tegen de gevechten tussen de PKK en het Turkse leger, een initiatief waarvan Geerdink als journaliste verslag deed. De uitzetting van de Nederlandse journaliste volgt kort op het vorige voorval op het gebied van persvrijheid in Turkije, de arrestatie en vrijlating van de Britse journalisten van VICE van de afgelopen week.

De aanklacht tegen haar en de rest van de groep was ‘het hinderen van een militaire operatie en steun aan een militaire organisatie’, aldus Geerdink zelf tegen de NOS. Daarvan werd ze vrijgesproken, maar vervolgens sijpelden er via haar advocaat berichten door dat de gouverneur van Hakkari – het gebied waar Geerdink werd opgepakt – een procedure was gestart om de uitzetting van Geerdink uit Turkije mogelijk te maken. Op woensdagavond was de kogel door de kerk: de uitzettingsprocedure was afgerond, Geerdink moest het land waar ze inmiddels tien jaar verblijft verlaten. Opvallend is echter dat de precieze reden waarom ze het land is uitgezet, haar niet bekend is. In een interview met de NOS stelt ze dat ze na de bekendmaking van haar uitzetting geen contact meer mocht hebben met haar advocaat. 
            In hetzelfde interview stelt Geerdink dat ze haar uitzetting vooral ernstig vindt met het oog op de verslaggeving van de situatie in het zuidoosten van Turkije. “Er zijn nog twee Engelse journalisten uitgezet die in dezelfde regio waren als ik. Nu zijn er alleen nog maar Koerdische journalisten over, maar hun werk wordt niet veel gelezen." (...)"Ik vind het heel erg dat er geen buitenlandse ogen bij zijn, die kunnen beschrijven wat daar gebeurt."
            Lucas Waagmeester, correspondent van de NOS in Turkije, vult hierop aan dat het ‘zorgelijk is dat journalisten op deze manier worden behandeld’ in Turkije. "Dit zegt in de eerste plaats dat je als buitenlander op dit moment redelijk vogelvrij bent in Turkije. Een gouverneur kan beslissen dat je weg moet, er komt geen rechter aan te pas. Het is vrij arbitrair allemaal."
            Geerdink wil het liefst zo snel mogelijk terug, omdat er ‘voor journalisten daar werk te doen is.’ Of dat op de korte termijn mogelijk is, valt nog te bezien. Geerdink verklaarde dat ze er uiteindelijk voor heeft gekozen formeel ‘vrijwillig’ het land te verlaten, aangezien de kans dan aanwezig is dat ze eerder dan over vijf jaar, de wettelijke termijn voor een inreisverbod bij een deportatie, Turkije weer in mag.

Het is de tweede keer dit jaar dat Geerdink in aanraking is gekomen met de Turkse justitiële autoriteiten. Afgelopen januari werd ze verhoord vanwege het ‘verspreiden van terroristische propaganda’, een aanklacht waar ze in april van werd vrijgesproken, zij het dat een hogere rechtbank daarna hoger beroep aantekende.  Dat Geerdink een doorn in het oog van de Turkse overheid was met betrekking tot de Koerdische kwestie, lijkt dan ook duidelijk. Haar wordt vooral verweten dat zij zich teveel identificeert met het lot van de Koerden en zich partijdig opstelt. Talloze gearresteerde Koerdische journalisten worden  vastgehouden op grond van beschuldigingen van lidmaatschap dan wel steunverlening aan verboden, terroristische organisaties.
            Minister Koenders van Buitenlandse Zaken heeft de afgelopen dagen in contact gestaan met de Turkse autoriteiten om de situatie van Geerdink te bespreken. Hij noemde de uitzetting van de journalist een ‘slechte zaak’. In een verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken staat dat ‘persvrijheid en vrijheid van meningsuiting (...) een belangrijk punt van aandacht blijft in de relatie met Turkije’ en dat Nederland zich hier al langer zorgen over maakt. Of het voorval de betrekkingen tussen Nederland en Turkije zal doen vertroebelen, valt nog te bezien. 
            Feit is wel dat de recente behandeling van buitenlandse journalisten het land geen goed zullen doen bij de evaluaties van de Europese Commissie omtrent het mogelijke lidmaatschap van Turkije. Nog meer zorgen baart de verslechtering van de veiligheid van de binnenlandse media. Demonstraties waarbij politieke tegenstanders elkaar media bedreigen zijn een tamelijk nieuw fenomeen in het land. Zowel de oppositiekrant Hürriyet en de regeringsgezinde Sabah werden de afgelopen dagen door demonstranten belegerd. Met de aanslagen op partijbureaus - voornamelijk van de pro-Koerdische HDP - en de aanhoudende gevechten tussen de PKK en het Turkse leger loopt de spanning in Turkije met de dag op. Tegen deze achtergrond zijn voor 1 november nieuwe verkiezingen gepland. De vraag is of die ongehinderd doorgang zullen vinden.