Brengt de Syrische vluchteling Turkije dichterbij de EU?

21 oktober – Het associatieverdrag tussen Turkije en de Europese Unie (destijds Europese Economische Gemeenschap) dateert uit 1963. Officieel werd Turkije pas in 1999 daadwerkelijk kandidaat-lid, maar sinds de start van de onderhandelingen in 2005 zijn de onderhandelingen in een impasse geraakt. De politieke wil aan beide zijden ontbrak om de toetreding van Turkije openbaar bespreekbaar te maken. Daar lijkt in de afgelopen twee weken verandering in te zijn gekomen, voornamelijk veroorzaakt door het conflict in Syrië. Om de situatie omtrent ‘de Syrische vluchteling in Europa’ te bespreken en met oplossingen te komen, brachten twee van Europa’s politieke zwaargewichten, Timmermans en Merkel, kort na elkaar een bezoek aan de Turkse leiders Erdoğan en Davutoğlu en bevestigden Turkije’s sleutelrol. In ruil voor Turkse steun in het bezweren van de vluchtelingencrisis in Europa, werd zelfs het Turkse toetredingsproces afgestoft en kwam het weer in de belangstelling.

Ieder jaar brengt de Europese Commissie, in samenspraak met het Europees Parlement, een uitgebreid voortgangsverslag uit over de staat van het toetredingsproces van Turkije. Hun oordeel was de afgelopen jaren niet mals: op het gebied van mensenrechten, persvrijheid en de kwaliteit van de rechtsstaat heeft Turkije nog veel meters te maken. Daarnaast worden onderhandelingen met Turkije bemoeilijkt door de blokkade van enkele hoofdstukken door Frankrijk en door Cyprus, met wie Turkije een vergaand territoriaal conflict heeft sinds de invasie van 1974. Voor de toetreding van Turkije is overeenstemming noodzakelijk over alle 33 hoofdstukken. Van deze hoofdstukken is er een succesvol gesloten en zijn er een heel aantal ‘geblokkeerd’. Lang leek het erop alsof vrijwel niets deze status quo zou kunnen doen veranderen. 
                De stroom van Syrische vluchtelingen die via Turkije naar (West-)Europa wil reizen lijkt nu toch de potentie te hebben de impasse tussen de EU en Turkije van de afgelopen jaren te kunnen doorbreken. ‘Europa heeft Turkije nodig bij het bestrijden van dit probleem’, zo lieten meerdere Europese leiders optekenen de afgelopen weken, maar daar wil Ankara wel iets voor terug. Vorige week ging vice-president van de Europese Commissie Frans Timmermans daarom op bezoek bij het Turkse gezag in Istanbul en Ankara, om te onderhandelen over een ‘EU-Turkije Actieplan’, waar wederzijdse toezeggingen in werden opgenomen. Een van de belangrijkste elementen is de financiële steun van om en nabij 3 miljard euro die de Europese landen zullen bieden aan Turkije. In ruil daarvoor wordt van Turkije gevraagd meer vluchtelingen op te nemen op het eigen grondgebied, om op deze manier het aantal vluchtelingen dat Europa bereikt, te verminderen.
                Aan de overeenkomst werd afgelopen weekend, met het bezoek van Angela Merkel aan Turkije, een opvallende, nieuwe dimensie aan toegevoegd. De Duitse bondskanselier is zelf al jaren een fervent tegenstander van Turks lidmaatschap van de Europese Unie, maar ze zette dit politieke principe opzij en beloofde zich in te zetten om de vastgelopen onderhandelingen nieuw leven in te blazen. Ook werd er gesproken over het bevorderen van de onderhandelingen omtrent het visum-vrij reizen van Turkse staatsburgers naar landen van de Europese Unie. In ruil daarvoor werd er gesproken over het terugnemen van vluchtelingen, als zij zijn afgewezen als asielzoeker binnen de EU. 
                Meermaals heeft Merkel in het verleden aangegeven dat zij tegen een Turks lidmaatschap is en in plaats daarvan een ‘privilegd partnership’ prefereert. Politiek opportunisme en pragmatisme lijken haar nu te hebben ingehaald: haar aanvankelijk ruimhartige beleid ten aanzien van de Syrische vluchtelingen lijkt niet houdbaar te zijn, zowel door aanhoudende politieke druk als door de oplopende spanning in de Duitse samenleving. Turkije kan de oplossing betekenen voor tenminste een deel van haar probleem, maar daar zijn ook concessies voor nodig. Het ‘heropenen van de onderhandelingen’ lijkt voor haar en haar partij hierin een moeilijke, maar noodzakelijke concessie.

Een belangrijke vraag voor het moment is echter: wat betekenen deze concessies aan Turkije nu concreet? Wat levert deze handreiking door Europa Turkije op?
                Allereerst betekent het dat de Europese landen financieel over de brug zullen moeten komen. Een gedeelte van de beloofde 3 miljard euro was al toegekend aan Turkije middels het pre-accessiefonds, maar de aanvulling hierop moet van de Europese lidstaten komen. Donald Tusk, voorzitter van de Europese Raad en Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie, hebben de Europese leiders al berispt voor het achterblijven van de beloofde financiële steun. Tussen belofte en het inlossen van belofte kan echter veel speelruimte zitten, zeker als de politieke leiders ook in hun eigen land onder druk staan. Daarnaast is het laatste woord over het eventueel visum-vrij reizen van Turkse staatsburgers naar Europa nog niet gezegd. De Europese eisen omtrent de kwaliteit van paspoorten zijn streng en het is maar de vraag of Turkije daar snel aan zal kunnen voldoen.
                Ten tweede is het hoogst onzeker of het ‘nieuw leven inblazen van de onderhandelingen over toetreding’ concreet resultaat zal opleveren. Immers, in feite heeft de vluchtelingensituatie niet veel te maken met de obstakels tussen Turkije en lidmaatschap van de EU: de situatie voor wat betreft bijvoorbeeld persvrijheid in Turkije is eerder verslechterd dan verbeterd sinds vorig jaar. Ook andere obstakels, zoals de situatie op Cyprus en de  gebrekkige kwaliteit van de rechtsstaat staan nog immer overeind en lijken moeilijk oplosbaar op de korte termijn.
                Het expliciet benoemen van Turkije’s potentiële lidmaatschap lijkt daarom meer op politiek opportunisme, dan op een vurige wens van beide partijen. Het mes snijdt hier aan twee kanten: voor Europa betekent een dergelijke uitspraak dat het haar gesprekspartner Turkije serieus neemt, hetgeen Erdoğan en consorten eerder ertoe zou kunnen bewegen om de rol van helpende hand te vervullen. Voor Erdoğan en Davutoğlu, de twee topfiguren van de leidende AK-partij, betekent het een zeer welkome mogelijkheid tot electoraal succes, een ruime week voor de verkiezingen. Immers, zij kunnen nu aan de Turkse bevolking laten zien dat Turkije er weer toe doet, op Europees topniveau. 
                Dat de Turkse toetreding tot de EU over niet al te geruime tijd misschien dan alweer naar de achtergrond is verdwenen, is dan al niet meer zo van belang.