Nieuwe verkiezingen: over leiders, stemmers en partijprogramma's

29 oktober – Turkije gaat zondag opnieuw  naar de stembus. Waar de Turken die in Nederland woonachtig zijn afgelopen week al de mogelijkheid kregen om te stemmen, mag in Turkije aankomende zondag pas gestemd worden. De aanloop naar de verkiezingen gaat gepaard met aanzienlijke commotie, gekenmerkt door de naweeën van de aanslag in Ankara van 17 oktober, de spanningen in het zuidoosten van Turkije en de voortdurende strijd tussen de Turkse overheid en kritische nieuwsmedia. In deze verhitte situatie moet de Turkse stemmer een keuze maken wie Turkije uit de neerwaartse spiraal van conflicten zou moet leiden, na de mislukte poging tot coalitievorming gedurende de zomer. Dat er een geheel andere verkiezingsuitslag zal komen dan na de verkiezingsronde van begin juni, is echter niet te verwachten. De polls laten zien dat de kans groot is dat de verdeling tussen de vier partijen die tijdens de vorige verkiezingen het parlement haalden in grote lijnen hetzelfde blijft. Door de verharding van het onderlinge debat, is het echter de vraag of de eventuele vorming van een coalitie niet eerder verder weg dan dichterbij is komen te liggen.

De verkiezingen van afgelopen juni brachten een uitslag voort die uiteindelijk resulteerde in een situatie waarin het vormen van een gedegen coalitie onmogelijk bleek. De AK-partij van president Erdoğan en minister-president Davutoğlu verloor de absolute meerderheid in het Turkse parlement en kreeg 40,9% van de stemmen, terwijl de seculier-kemalistische CHP van leider Kılıçdaroğlu precies een kwart van de stemmen binnenhaalde. De derde partij werd de nationalistische MHP, met 16,3%. Maar zonder twijfel de meest opvallende uitslag was voorbehouden aan de pro-Koerdische partij HDP, onder leiding van de charismatische Selahattin Demirtaş. De HDP overschreed de kiesdrempel door 13,1% van de stemmen te behalen, waardoor het parlementaire landschap ineens vier partijen kende, in plaats van drie, plus de onafhankelijke leden die een pro-Koerdische koers varen. Het lukte minister-president en formateur Ahmet Davutoğlu in de wettelijke termijn van 45 dagen na de verkiezingsuitslag vervolgens niet om een coalitieregering te vormen. De consequentie was dat nieuwe verkiezingen werden uitgeschreven voor 1 november. Aanstaande zondag mag er dus opnieuw gestemd worden. Maar in hoeverre zijn er aanstaande zondag grote verschuivingen in het politieke landschap te verwachten?

In de periode tussen juni en nu is er op politiek gebied zowel sprake van continuïteit als van verandering. De mate van continuïteit ligt voor een belangrijk deel in het feit dat de politieke leiders en de bijbehorende partijprogramma’s grotendeels hetzelfde zijn gebleven. Voor de verkiezingen van aanstaande zondag vormt de Turkse kiezer een vrij voorspelbare factor: er zijn weinig echt ‘zwevende kiezers’ en wanneer je de politieke landkaart bekijkt van de afgelopen verkiezingen, dan valt op dat bepaalde partijen in bepaalde regio’s vrijwel standaard als grootste uit de bus komen.
                De keuze van de stemmer wordt in grote mate bepaald door het statuur van de politieke leider en het karakter van de partijfilosofie die erachter zit. President Erdoğan gebruikt felle bewoordingen en komt zo krachtig over. In combinatie met de conservatieve boodschap van zijn partij, waarin de islam een grote rol speelt, vormt dit een aantrekkelijke optie voor de conservatieve kiezer. Het effect op de conservatieve kiezer van het idee dat ‘Turkije internationaal weer op de kaart is gezet, bewerkstelligd door Erdoğan en zijn AK-partij’ , mag dan ook niet onderschat worden; felle beschuldigingen ten aanzien van zijn politieke collega’s worden uitgelegd als ‘krachtig leiderschap’.
                Selahattin Demirtaş, die samen met Figen Yüksedağ partijleider is van de HDP, geldt als ‘het gezicht’ van de HDP: niet alleen Koerden, maar juist ook andere groepen minderheden in Turkije identificeren zich met de ‘boodschap van tolerantie’ die de partij voorstaat en die Demirtaş op charismatische wijze articuleert. Op dit moment zijn de twee basiselementen voor de machtspositie van de HDP dan ook de escalerende en polariserende situatie voor wat betreft de Koerdische zaak én de likeability van Demirtaş.
                Naast de politieke leider en de partijfilosofie is er nog een extra dimensie die bepaalt dat kiezers trouw aan ‘hun’ partij blijven. Volgens Gül Arıkan Akdağ, onderzoeker op de Yeditepe Universiteit, is dat het traditionle cliëntelisme tussen politieke partijen en de lokale Turkse bevolking. In haar boek Ethnicity and Elections in Turkey (2014) beargumenteert ze dat politieke partijen door het opzetten van lokale hulpvoorzieningen, waardoor ‘sociale assistentie’, in welke vorm dan ook geboden, ervoor kan zorgen dat kiezers aan de partij gebonden worden. Ze gebruikt in haar onderzoek het voorbeeld van de AKP en de steun die de partij in het oosten van Turkije bij Koerdische kiezers, vóór de opkomst van de HDP.
                In het politieke spel waarin leiders, hun partijfilosofie en het lokale cliëntelisme hoofdrollen spelen, spelen de partijprogramma’s een bijrol. Wanneer je de partijprogramma’s van afgelopen juni en die voor de aankomende verkiezingen naast elkaar legt, valt op dat er maar enkele veranderingen hebben plaatsgevonden – AKP en CHP zijn naar elkaar toe gekropen op het gebied van de kiesdrempel (nu 10%), AKP heeft de wens voor aanpassing van het minimumloon naar boven bijgesteld, in de richting van de andere partijen – maar echt fundamentele wijzigingen zijn dit niet. In de Turkse media wordt ook zelden echt diep ingegaan op bepaalde beleidsvoorkeuren van de verschillende partijen: het gaat meer om de basale boodschap van welke normen en waarden de betreffende partij nastreeft, dan wel symboliseert.

Krijgen we zondag een precieze herhaling van zetten te zien van afgelopen 7 juni? Dat lijkt toch niet helemaal het geval. Turkije is sindsdien prominent in het internationale voetlicht komen te staan omtrent het voortdurende conflict in Syrië en de daaruit voortvloeiende vluchtelingencrisis. De AK-partij heeft door het optreden van president Erdoğan en premier Davutoğlu (“Turkije is Europa’s reddingsboei”) goede sier gemaakt bij haar eigen achterban, maar wellicht ook wel bij die van de nationalistische MHP. Daarnaast lijkt de opkomst voor de verkiezingen een stuk hoger te liggen dan bij de vorige verkiezingen: alleen al in Nederland brachten afgelopen week 110.000 Turken hun stem uit, tegenover de 76.000 die dit deden in juni. Ook in Duitsland, het land dat de grootste groep Turken buiten Turkije herbergt, is een vergelijkbaar patroon zichtbaar. Deze aantallen kunnen zondag wellicht net het verschil maken.
                 Een ander belangrijk aspect van verandering van de afgelopen maanden is de verharde toon in het debat tussen de politieke leiders van de vier partijen en het totaal geëscaleerde conflict tussen de PKK en de Turkse regering. Waar de AKP, CHP en HDP (en in mindere mate de MHP) nog vol respect over elkaar spraken kort na de verkiezingen in juni – Davutoğlu sprak onder meer over de ‘kans’ die de 80 HDP-parlementariërs met zich meebracht – daar is de toon tussen de partijen nu veel harder en vijandiger van aard. Het is de vraag of de strijd tussen de PKK en de Turkse regering ook invloed zal hebben op de kiezer. Er zit dus een grote kloof tussen de AKP en de HDP, maar ook de verhoudingen met CHP en MHP zijn vertroebeld: dit feit verkleint de kansen op het vormen van een coalitie aanzienlijk..

Zo zijn sommige elementen hetzelfde gebleven, waar andere iets zijn veranderd. Waar de precieze nuances ook liggen, het lijkt vast te staan dat de Turkse politici na aankomende zondag wederom een uitdagende taak te wachten staat: niet alleen lijken de electorale verhoudingen die eerder tot niets hebben geleid min of meer hetzelfde te blijven, de hectiek en problematiek in de Turkse samenleving is alleen maar verder toegenomen. Welke uitweg er vervolgens gezocht moet worden, daar zullen de meningen vanzelfsprekend over verschillen.