Turkije na de verkiezingen: AKP heeft meerderheid terug

2 november – Vooraf brachten verschillende peilingen min of meer dezelfde boodschap: de verkiezingen van 1 november zouden hetzelfde beeld laten zien als er te zien was in juni. Gisteren bleek al vrij snel het tegendeel: de AK-partij van president Erdoğan en minister-president Davutoğlu kreeg 49,5% van de stemmen en herwon aldus de absolute meerderheid in het Turkse parlement. Naast de AKP haalden nog drie partijen de kiesdrempel. De kemalistisch-seculiere partij CHP kreeg er een paar procentpunten bij en blijft zo de grootste oppositiepartij. De nationalistische MHP duikelde van 16,3% naar 11,9% van de stemmen en leverde hierdoor 40 zetels in. Voor de pro-Koerdische HDP was het halverwege de dag nog allerminst zeker of de kiesdrempel wel gehaald zou worden. De partij van Demirtaş wist uiteindelijk toch 10,8% van de stemmen binnen te slepen, een daling  van 2,3% ten opzichte van de verkiezingen in juni. Nu de AKP wederom de grootste partij is in het parlement, rijst de vraag of de gemaakte beloftes van stabiliteit en vooruitgang nagekomen kunnen worden. 

Hoewel een blik op het deel van het totale aantal stemmen dat de verschillende partijen hebben behaald al een blijk geeft van de sterk verbeterde positie van de AKP, wordt dit nog het meest duidelijk door de nieuwe zetelverdeling. In de nieuwe situatie krijgen Davutoğlu en zijn partijgenoten 317 van de 550 zetels, wat neerkomt op 57,6% van het totaal. Dit verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door de relatief hoge kiesdrempel van 10% en door het Turkse kiessysteem , waarin de districten een essentiële rol spelen. 
                Turkije kent 81 provincies, maar 85 kiesdistricten, omdat Istanbul, Ankara en Izmir, als de drie grootste steden met veruit de grootste populatie, als dubbele (Ankara, Izmir) of driedubbele (Istanbul) kiesdistricten worden opgevat. Per district verschilt het aantal kiezers dat nodig is voor een zetel. In kleinere districten, zoals Ardahan en Bayburt (beide in het noordoosten van Turkije), is een veel kleiner gedeelte van de stemmen nodig om een zetel te behalen dan in grote steden met veel kiezers, zoals Izmir of Istanbul. Met andere woorden, het loont om een grote achterban te hebben in de kleinere districten. Het verklaart eveneens, ten dele, het opvallende verschijnsel dat de HDP 19 zetels meer heeft behaald dan de MHP, terwijl de laatste in totaal meer stemmen kreeg.

De AKP-leiding en de aanhangers van de partij reageerden uitgelaten op de verkiezingsuitslag. Premier Davutoğlu noemde de uitslag een ‘overwinning voor de democratie’ en riep eveneens meteen op tot een ‘gezamenlijk opstellen van een nieuwe grondwet’, waarbij het geen geheim is dat uitvoerende macht voor de zittende president het grootste doel is voor de AKP. President Erdoğan stelde dat ‘de Turken hebben gekozen voor stabiliteit’, en verzocht eenieder de uitslag te respecteren.
                Desondanks werd er op verschillende plaatsen in Turkije onvrede geuit ten aanzien van de uitslag. In Diyarbakır, een stad in het zuidoosten van Turkije waar veel Koerden wonen en steun voor de pro-Koerdische partij HDP groot is, gingen demonstranten de straat op en braken er rellen uit. De pro-Koerdische partij HDP kwam in deze regio in veel districten nog steeds als grootste partij uit de bus, maar verloor eveneens een aanzienlijk aandeel van haar aanhang, bijvoorbeeld in Bitlis (-11%), Muş (-9,5%) en Ağrı (-10,1%). In dezelfde districten liet de AKP juist een vergelijkbare groei in het aantal stemmen zien.

Terwijl de aanhangers van de AKP hun overwinning vieren en de MHP en HDP hun wonden likken, is er kritiek gekomen op het verloop van de verkiezingen. Ignacio Sanchez Amor, de coördinator van een delegatie van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa die de verkiezingen waarnam, uitte op maandag in Ankara zijn zorgen over het gebrek aan persvrijheid en de restricties op de vrijheid van meningsuiting in de aanloop naar de verkiezingen. Ook stelde hij dat aanvallen op leden van politieke partijen, alsmede de algehele onveilige situatie in het zuidoosten van Turkije een negatieve invloed hebben gehad op een rustig en eerlijk verloop van de verkiezingen. Andreas Gross, hoofd van een delegatie die namens de Raad van Europa de verkiezing in Turkije gadesloeg, stelde eveneens dat de verkiezingen ‘gehinderd zijn door teveel oneerlijkheid en geweld’. Als voorbeeld noemde hij de dreiging van geweld in het zuidoosten, waardoor de Koerden niet in staat waren ongelimiteerd campagne te voeren. Hij riep op aan president Erdoğan om ervoor te zorgen dat er een politiek proces gestart moet worden waarbij ‘alle stemmen gehoord moeten worden’, om zo tot meer stabiliteit en cohesie in de Turkse samenleving te komen.

Of deze, door Erdoğan en zijn partijgenoten beloofde stabiliteit er ook gaat komen, is de grote vraag. Dat Erdoğan hét gezicht is van zijn partij en geadoreerd wordt door zijn achterban, staat buiten kijf. Maar de protesten direct volgend op de verkiezingsuitslag  maken eveneens duidelijk dat hij niet voor iedereen de ‘president van alle Turken’ is. 
                Nu de AKP de meerderheid in het parlement heeft behaald, zullen ze de mogelijkheid krijgen om hun wensen te realiseren en de Turken de beloofde stabiliteit in de samenleving te bezorgen. In hoeverre dit een realistische belofte is, zal moeten blijken. Het conflict met de PKK is nog in volle gang en een vreedzame oplossing lijkt voorlopig niet in zicht. Hoewel zowel de koers van de lira als de Borsa Istanbul, de belangrijkste beurs van Turkije, een flinke plus lieten zien op de maandag direct na de verkiezingen, blijft de stagnerende groei van de economie, veroorzaakt door structurele problemen, nog steeds zorgen baren. Daarnaast zijn de politieke verhoudingen tussen de vier verschillende partijen dusdanig op scherp gezet in aanloop naar de verkiezingen, dat het Turkse parlement eveneens een broeiplek voor conflict zou kunnen worden. Hoewel de last van het vormen van een coalitie van de Turkse politici is afgevallen, zijn de (potentiële) problemen er niet minder op geworden. Het is nu aan de AKP om deze aan te pakken.