Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Legitimatie van Macht

In de vijftiende eeuw legitimeerden de Osmanen hun heerschappij door hun familielijn terug te voeren tot de legendarische Turkse heerser Oghuz Khan. Religieuze legitimiteit werd verkregen door middel van verhalen waarin Osman in een droom door God een verheven nageslacht werd beloofd. Tot en met de regering van Sultan Süleyman de Grote (r. 1520-1566) was de primaire rol van de sultan het aanvoeren van het leger. Hoewel de sultans na Süleyman zelden meer in eigen persoon het leger aanvoerden, bleef het beeld van de sultan als aanvoerder van het leger een essentiële ondersteuning voor de autoriteit van de sultan. Door het groeiende belang van bureaucratische kwaliteiten werd de sultan echter bovenal een ‘legitimerende’ sultan. Dit betekende dat de sultan steeds minder zelf de nodige beslissingen nam over het bestuur van het rijk. In plaats van een persoonlijk bewind te voeren werd de sultan gebruikt door het bureaucratische apparaat om beslissingen van hoge functionarissen te legitimeren.  

Door de oorlog tegen de christenen voor te stellen als een ‘heilige oorlog’ verwierven de Osmaanse sultans volgens de islam ook een religieuze legitimiteit. De Osmanen vochten echter net zo vaak tegen moslims als tegen christenen en veroverden net zoveel territorium op moslims als op christenen. De Osmaanse kroniekschrijvers van de vijftiende eeuw rechtvaardigden dit door te stellen dat de islamitische tegenstanders in het oosten de heilige oorlog die de Osmanen in het westen voerden hinderden. In de zestiende en zeventiende eeuw, toen de Safavieden in Iran de belangrijkste islamitische tegenstanders van de Osmanen waren geworden, werd de oorlog tegen hen gesanctioneerd door hen te bestempelen als afvalligen van het geloof.

Vanaf de jaren veertig van de zestiende eeuw propageerde Sultan Süleyman I het idee dat de Osmaanse sultan de Kalief was, de opvolger van de Profeet Mohammed en de Vier Rechtgeleide Kaliefen als hoofd van de islamitische gemeenschap. Deze titel vertegenwoordigde een claim op de heerschappij over de gehele islamitische wereld. Na het verdrag in 1547 tussen Sultan Süleyman I en Karel V beschouwde Süleyman zichzelf tevens als opvolger van Karel V en rechthebbende op de titel ‘Keizer van Rome’. Sultan Süleyman de Grote beschouwde zichzelf als  de ‘Sultan van de Arabieren, de Perzen en de Romeinen’. De autoriteit van de Osmaanse sultans was daarnaast ook gebaseerd op het uitdragen van een kosmopolitische hofcultuur, die bestond uit Arabische en Perzische elementen.     

Blogs

Turkije Instituut sluit zijn deuren
Turkije Instituut sluit zijn deuren
Nieuw Turks kabinet, Turkse rechtsstaat verder onder druk
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Turkije haalt Russisch vliegtuig neer, internationale coalitie tegen Daesh/IS lijkt te klappen
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Voortgangsrapport 2015: EU tikt Turkije op de vingers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Aan het roer: de grondwet en de economie als AKP's hoofdpijndossiers
Lees meer...