Analyse – Verhoudingen op scherp na burgerslachtoffers zuidoosten

Turkije Instituut | januari 2012

De Turkse actualiteit wordt sinds de jaarwisseling beheerst door de nasleep van een incident waarbij de Turkse luchtmacht 35 burgers doodde in het grensgebied tussen Turkije en Irak. De slachtoffers, waaronder 17 minderjarigen, smokkelden in de avond van 28 december 2011 brandstof, suiker en sigaretten op zo’n 80 muildieren vanuit Noord-Irak naar Turkije. De smokkelaars werden opgemerkt via onbemande luchtvaartuigen en aangezien voor een groep PKK-strijders. Daarop werden ze bestookt door Turkse gevechtsvliegtuigen waarbij de 35 Koerdische jongemannen, allen afkomstig uit een nabijgelegen dorp in de zuidoostelijke provincie Şırnak, omkwamen.

De gebeurtenis vond plaats in een situatie van hoogspanning in het zuidoosten van Turkije, waar de strijd tussen het Turkse leger en de gewelddadige Koerdische rebellenbeweging de PKK sinds het voorjaar van 2011 weer in hevigheid toeneemt. Zo kwamen er op 19 oktober 2011 nog 24 Turkse militairen om het leven bij PKK-aanvallen waarop het Turkse leger een offensief in Noord-Irak inzette. Volgens het Turkse leger zouden in de afgelopen zes maanden 165 PKK-strijders zijn omgekomen.

Politiek steekspel
Het voorval zet de politieke verhoudingen binnen Turkije nog verder op scherp, en werd door verschillende oppositiepartijen aangegrepen om de regeringspartij AKP te bekritiseren. Zo verweet de belangrijkste oppositiepartij (CHP) de regering dat zij een dag liet wachten op haar reactie en vergeleek het incident met de standrechtelijke executie van 33 Koerdische smokkelaars in 1943. Een onderzoekscommissie van de CHP naar het incident sprak zelfs over een “gepland bloedbad”.

De pro-Koerdische BDP meent dat er opzet in het spel is en hield de regering en het leger in scherpe termen verantwoordelijk voor de gebeurtenis. De partij eist ook dat het Turkse leger zijn campagne in het zuidoosten staakt. Premier Erdoğan liet echter weten dat de operaties tegen de PKK onverminderd door zullen gaan. AKP-politici spraken schande van de reacties van de oppositie en de toetakeling van de districtsgouverneur bij zijn visite aan het dorp door een boze menigte. Naast het politieke debat rond het incident blijft de exacte toedracht ook onduidelijk.

Onduidelijkheden incident
Het Turkse opperbevel kwam als eerste naar buiten met een persbericht over het incident rond het middaguur op 29 december. Daarin wordt eerst verwezen naar het wettelijke mandaat van het Turkse leger, dat sinds oktober 2007 door het Turkse parlement bevoegd is om grensoverschrijdende operaties uit te voeren in Noord-Irak. Zodoende lijkt het leger de verantwoordelijkheid deels door te schuiven naar de regering, die volgens het parlementair besluit – dat sinds 2007 telkens met een jaar wordt verlengd – invulling moet geven aan de tijdspanne, vorm en omvang van de operaties. Vervolgens verwijst het persbericht naar inlichtingen uit verschillende bronnen over PKK-strijders die richting die vanuit Noord-Irak naar de Turkse grens zouden trekken om grensposten te overvallen. De groep smokkelaars zou aan het Irakese gedeelte van de grens om 18.39 uur op 28 december zijn opgemerkt via een onbemand luchtvoertuig. Tussen 21.37 en 22.24 uur werd het konvooi vervolgens bestookt door de Turkse luchtmacht.

Hoewel de verklaring van het leger verwijst naar inlichtingen uit diverse bronnen, blijft de rol van de Nationale Inlichtingendienst, de MIT, ongewis. Na veel speculatie in de Turkse media kwam de MIT op 30 december zelf met een verklaring dat de bewuste inlichtingen niet afkomstig waren van de organisatie, die direct onder de premier ressorteert.

Vooralsnog blijft het onduidelijk waar en hoe de beslissing is genomen om het konvooi van smokkelaars onder vuur te nemen. Opmerkelijk is dat de slachtoffers uit een dorp kwamen dat deel uitmaakt van de zogenaamde dorpswachters (korucu), een militie die in de jaren tachtig in het leven werd geroepen om de PKK te bestrijden met hulp van de plaatselijke bevolking. Woordvoerder van de AKP Hüseyin Çelik gaf aan dat compensatie aan nabestaanden en een verontschuldiging tot de mogelijkheden behoren, afhankelijk van de uitkomst van het juridisch onderzoek, dat inmiddels geheim is verklaard.

Civiel-militaire verhouding
De kwestie blijft bijzonder lastig voor de AKP-regering, mede door de verschuiving in de civiel-militaire machtsverhoudingen. In de afgelopen jaren slaagde de AKP erin om de autonome rol van het Turkse leger steeds verder in te perken, onder meer door een reeks grootschalige juridische processen tegen vermeende coupplegers, waardoor een belangrijk gedeelte van de Turkse legertop nog steeds vastzit in. De inhechtenisneming van voormalig opperbevelhebber (2008-2010) Ilker Başbuğ op 5 januari is hier een veelzeggend recent voorbeeld van en fungeert mogelijk als bliksemafleider voor de recente misser.  

Maar met de zichtbare toename van de civiele controle over het leger verschuift de verantwoordelijkheid voor militaire blunders ook verder naar de politiek. Het gebrek aan definitief succes in de strijd tegen de PKK kon lange tijd het leger worden aangerekend. Hier vindt echter langzamerhand een kentering in plaats. Ook als het in Şırnak ging om een operationele fout in inlichtingen zal er toch op politiek vlak rekenschap afgelegd moeten worden. Het feit dat noch premier Erdoğan noch een andere AKP-politicus excuses heeft aangeboden, stuit bij veel Koerden op onbegrip.

Economische kloof
Naast de politieke en veiligheidsdimensies legt het voorval ook een schrijnend sociaaleconomisch gegeven bloot. De levensgevaarlijke smokkelactiviteiten zijn een symptoom van de armoede en de uitzichtloosheid in zuidoost Turkije. Ze zijn tekenend voor de enorme welvaartskloof tussen Oost- en West-Turkije. Zo verdrievoudigde het gemiddelde jaarlijkse inkomen per hoofd van de bevolking in Turkije binnen tien jaar naar ongeveer $12.300 in 2010. In de provincie Şırnak bedroeg dit echter met $2.500, nauwelijks een vijfde van het landelijk gemiddelde. Daarmee gaat de enorme economische groeispurt van Turkije het Koerdische zuidoosten grotendeels voorbij.

Het ongeluk in Şırnak benadrukt het gewicht van de Koerdische kwestie in de Turkse politiek, onverminderd het belangrijkste probleem van het hedendaagse Turkije. De onderhandelingen tussen de AKP-regering en de PKK zijn naar alle waarschijnlijkheid gestaakt. In het kader van het juridisch onderzoek tegen de KCK, een organisatie verdacht van banden met de PKK, zijn intussen duizenden Koerdische activisten, politici en academici opgepakt. Binnen het kader van de nieuwe grondwet zou er een oplossing kunnen komen voor de rechtenproblematiek m.b.t. de Koerden. Maar uit de nationalistische retoriek van Erdoğan, onverminderd sinds het campagneseizoen voor de verkiezingen in juni 2011, blijkt weinig bereidheid tot een compromis. Daarmee lijkt de kans op een einde voor de gewapende strijd ver weg.

Lees hier een column van Semih Idiz over het voorval
Lees hier een Economist-artikel over het incident
Klik hier voor het TI-achtergronddossier over de Koerdische kwestie
Klik hier voor een recent International Crisis Group-rapport over het conflict

Analyses Turkije Instituut

Het Turkije Instituut publiceert regelmatig analyses over de actualiteit in Turkije

Blogs

Het nieuwe Turkije?
8 en 9 december - 'De Nieuwe Wereld': populistische retoriek en de Turkse binnenlandse politiek
dinsdag
Dinsdag 11 november: 50 jaar migratie
Reactie: Winter Sleep/Kış uykusu
Vluchtelingenproblematiek in de Turkse steden
Turkije en de anti-IS-coalitie
De Turkse economie
De Turkse economie
Het nieuwe kabinet
Het nieuwe kabinet
Erdoğan beëdigd als president
Erdoğan beëdigd als president
Davutoğlu waarschijnlijk nieuwe premier van Turkije
Davutoğlu waarschijnlijk nieuwe premier van Turkije
Lees meer...