Het Turkije Instituut is sinds eind 2015 gesloten. Aanleiding tot dit besluit was het gebrek aan perspectief op nieuwe fondsen, mede in het licht van de ontwikkelingen in Turkije. De website (turkije-instituut.nl) is nog wel toegankelijk als informatiebron. Hierdoor zal althans een deel van de expertise die in de afgelopen acht jaar is opgebouwd behouden blijven.

Vestiging en Expansie van het Rijk, 1300-1451

Osman (zie afbeelding), de stichter en naamgever van het rijk, en zijn medestanders voerden aan het begin van de veertiende eeuw vanuit hun basis in de Sakarya-valei plundertochten uit in het westelijk gelegen platteland. Osman stierf ergens in het midden van de jaren twintig van de veertiende eeuw.

In 1333 wordt zijn zoon Orhan beschreven als ‘Sultan van Bursa’ en als machtiger en rijker dan de andere Turkse vorsten in Anatolië. Bursa, de eerste hoofdstad van de Osmanen, was in 1326 in handen van het Osmaanse vorstendom gekomen. In de daaropvolgende jaren streed Orhan met militaire en diplomatieke middelen tegen vooral de directe buren: het Byzantijnse Rijk en het Noordwest-Anatolische vorstendom Karesi. Rond 1337 bezat hij de meerderheid van de Byzantijnse plaatsen in Noordwest-Anatolië. Tijdens Orhans heerschappij maakten de Osmanen ook hun intrede op het Europese continent. Nog tijdens Orhans leven was het grootste deel van oostelijk Thracië in Turkse handen gekomen.

Murat I, de opvolger van Orhan, had als stadhouder van Bursa al bestuurlijke en militaire ervaring opgedaan. Na de dood van zijn vader schakelde hij zijn nog in leven zijnde broers uit. Zowel Byzantium als de Servische en Bulgaarse landheren werden tribuutplichtig aan Murat. In de tijd van zijn regering vond de beslissende uitbreiding van het rijk in Zuidoost-Europa en de bestendiging van de Osmaanse positie in Anatolië plaats. Rond 1360 nam Murat de stad Adrianopel (Edirne) in, die tot de verovering van Constantinopel in 1453 de residentiezetel van de Osmaanse heersers werd. Sultan Murat I stierf in de slag om Kosovo in 1389. De regering van Murat I vertegenwoordigde de overgang van een klein vorstendom naar een middelgrote macht in Zuidoost-Europa en Klein-Azië.

De nieuwe sultan, Beyazıt I, richtte zich eerst op Anatolië om een wederopstand van de vorsten daar in de kiem te smoren. Sultan Beyazıt voerde zowel in Anatolië als op de Balkan een zeer offensieve politiek. Na de dood van Mamlukkenleider Barkuk in 1399 stootte het leger van Beyazıt door tot de rivier de Eufraat. In juli 1402 kwam het tot een treffen met Mongolenheerser Timur Lenk waarbij Beyazıt krijgsgevangen werd genomen. Hij stierf een jaar later in gevangenschap. In de loop van 1402 plunderden en verwoestten Timurs troepen de Anatolische steden, inclusief Bursa.

De nederlaag bij Ankara in 1402 leidde het langste interregnum (periode zonder heerser) van de Osmaanse geschiedenis in. De nederlaag leidde tot de wederopstanding van de Anatolische vorsten van Menteşe, Aydın, Saruhan, Germiyan en Karaman. Ook kregen de Mamlukken, Byzantium en de vorstendommen op de Balkan meer bewegingsruimte. Uit de broederstrijd die volgde kwam Mehmet als winnaar tevoorschijn. Diens opvolger Sultan Murat II, die als zeventienjarige in 1421 in Edirne de troon had bestegen, gebruikte zijn dertig jaar durende regering om de gebieden die na 1402 verloren waren gegaan te heroveren.


« First 1 2 3 4 5 Last »